Slijpen en schuren: voor- en nabewerking van laswerk
Doorslijpen, afbramen, lamellen, fiber en polijsten: welke schijf waarvoor, en hoe je warmte en vervorming beperkt.
Slijpen
Doorslijpschijven voor het afkorten, afbraamschijven voor grof werk en het vlak slijpen van lasnaden, lamellenschijven om te slijpen en af te werken in één. Gekozen op hoge verspaningscapaciteit en weinig warmteontwikkeling, zodat het materiaal niet vervormt.
Schuren en polijsten
Fiberschijven en schuurlinnen voor snelle materiaalafname, klit- en Hookit-schijven voor de fijnere korrels, polijstschijven voor een spiegelglad resultaat.
Frezen en borstels
Stiftfrezen en slijphulzen voor lastig bereikbare plekken; staal- en RVS-borstels voor reinigen en ontslakken. Gebruik op RVS altijd RVS-borstels en -schijven, anders roest het werk.